Windmolen

De resultaten van het onderzoek wegen mee in de keuze voor de locaties en de hoogte van de windmolens, die gezamenlijk minimaal 100 megawatt moeten opbrengen. Dit najaar kiest de stuurgroep een voorkeursalternatief, nadat eerst de vier gemeenteraden en Provinciale Staten in de gelegenheid zijn gesteld om hun voorkeuren mee te geven aan hun bestuurders.

Wat wordt onderzocht?

In het onderzoek naar de milieueffecten worden onder meer geluid en slagschaduw onderzocht. Op verzoek van inwoners van het gebied, wordt ook de cumulatie van geluidseffecten onderzocht. Het gebied kent namelijk al een geluidsbelasting van bijvoorbeeld de snelweg A16 en de HSL. Verder maken de effecten van windmolens op de natuurgebieden, vogelsoorten, vleermuizen en andere dieren deel uit van het onderzoek.

Toelichting op meerdere momenten

De eerste uitkomsten van de milieueffectrapportage (m.e.r.) zijn vandaag gepubliceerd op www.brabant.nl/windenergiea16 en vindt u als bijlage bij dit artikel. Omdat het om complexe en technische materie gaat, geven medewerkers van de provincie en de gemeenten op meerdere momenten en plekken toelichting op het onderzoek, en is er ruim gelegenheid om vragen te stellen. Zo vindt vanavond een informatiebijeenkomst plaats voor raadsleden en leden van Provinciale Staten in Breda.

  • Op 11 en 12 juli zijn er inloopavonden voor het publiek in Rijsbergen en Wagenberg.
  • Op 6 september is er in Breda gelegenheid om vragen te stellen. 
  • Vanaf 24 augustus is er een wekelijks spreekuur in het projectbureau in Breda en kunnen belangstellenden ook via de website vragen stellen.

Elf alternatieven onderzocht

In het onderzoek zijn elf opstellingsalternatieven voor windmolens onderzocht. De elf alternatieven zijn het resultaat van een zorgvuldig trechteringsproces, waarin alle ruimtelijke (on)mogelijkheden in kaart zijn gebracht. De alternatieven zijn ook gebaseerd op landschappelijke keuzes, zoals ‘lange lijnen’ of ‘knooppunten’. Verder is in het trechteringsproces rekening gehouden met de reacties van inwoners en belanghebbenden en input van de klankbordgroep en dorps- en wijkraden.

Optimalisatie alternatieven

Nu de milieueffecten van de elf alternatieven bekend zijn, onderzoeken provincie en gemeenten hoe de elf alternatieven zo optimaal mogelijk gemaakt kunnen worden. Zo kan het zijn dat het weghalen van een of meerdere windmolens uit een alternatief - mits die dan nog steeds minstens 100 MW opbrengt - een gunstiger resultaat laat zien. Ook kan een kleine verschuiving van windmolens of het combineren van alternatieven leiden tot minder effecten voor omwonenden en de natuur. Door deze optimalisatie wordt per alternatief duidelijk is hoe deze zo min mogelijk negatieve effecten op de omgeving kan hebben. Zo kunnen de alternatieven beter vergeleken worden bij de keuze van het voorkeursalternatief.

Input volksvertegenwoordiging

Tot half september hebben ook de volksvertegenwoordigers (gemeenteraden en Provinciale Staten) de gelegenheid om wensen aan hun bestuurder mee te geven, als input voor de keuze van de voorkeursalternatief. Daarmee wil de stuurgroep, die bestaat uit de vier wethouders van de betrokken gemeenten en gedeputeerde Erik van Merrienboer, uiteindelijk tot een zo breed mogelijk gedragen voorkeursalternatief komen. De stuurgroep kiest naar verwachting in oktober het voorkeursalternatief. Dit moet vervolgens nog worden vastgesteld door Gedeputeerde Staten.

Inpassingsplan Windenergie A16

Als het voorkeursalternatief is vastgesteld, start het traject om te komen tot een Provinciaal Inpassingsplan (bestemmingsplan). Een inspraakronde maakt onderdeel uit van dit traject. Uiteindelijk beslissen Provinciale Staten, naar verwachting medio 2018, over het inpassingsplan.

Vragen

Heeft u vragen over de resultaten van de milieueffectrapportage? Stel deze dan via ons vragenformulier.

Zie ook

Documenten en bestanden (14)

Open Links Sluit Links

Links naar (2)

Open Links Sluit Links

Contacten (1)

Open Links Sluit Links