Samenvatting

U wilt of uw bedrijf wil een installatie voor windenergie aanleggen met een capaciteit van tussen de 5 en 100 megawatt. Of u wilt een bestaande installatie uitbreiden. Dan moet de provincie beoordelen of hiervoor een inpassingsplan nodig is. Daarvoor dient u bij de provincie een verzoek in voor een inpassingsplan.

De provincie kan in het kader van de Crisis- en Herstelwet (CHw) verzocht worden een inpassingsplan te maken.

Formulier

Omschrijving

U wilt of uw bedrijf wil een installatie voor windenergie aanleggen met een capaciteit van tussen de 5 en 100 megawatt. Of u wilt een bestaande installatie uitbreiden. Dan moet de provincie beoordelen of hiervoor een inpassingsplan nodig is. Daarvoor dient u bij de provincie een verzoek in om een inpassingsplan vast te stellen. De rijksoverheid heeft als doelstelling om versneld windmolenparken te realiseren. De provincie kan hierbij een coördinatiefunctie vervullen. Provincies en gemeenten kunnen samen besluiten over wie verantwoordelijk is voor welk project bij het ontwikkelen van een windmolenpark. Wilt u een installatie voor windenergie aanleggen met een capaciteit kleiner dan 5 megawatt? Hiervoor stelt de gemeente het bestemmingsplan vast. Wilt u een installatie voor windenergie aanleggen met een capaciteit groter dan 100 megawatt? Hiervoor stellen de minister van Economische Zaken en Klimaat en de minister van Infrastructuur & Waterstaat een inpassingsplan vast. Wilt u een installatie voor windenergie op zee aanleggen of uitbreiden? Dan moet u hiervoor bij de minister van Economische Zaken en Klimaat een verzoek indienen.

Voorwaarden

U kunt alleen een verzoek voor een inpassingsplan indienen als de capaciteit voor de installatie tussen de 5 en 100 megawatt zal liggen.

De provincie kan besluiten om het verzoek voor het inpassingsplan af te wijzen. Bijvoorbeeld omdat het windenergieplan niet past in het beleid van de provincie of de gemeente. De provincie moet dan een andere locatie aanwijzen waar het initiatief voor windenergie gerealiseerd kan worden. Ook kan de provincie besluiten niet mee te werken aan het initiatief. Dat moet via een verzoek aan de minister van Economische Zaken en Klimaat. De redenen zijn onder andere:

  • De provincie verwacht niet dat door toepassing van het inpassingsplan de besluitvorming veel sneller gaat of dat er andere “aanmerkelijke voordelen” zijn te behalen. De omvang, aard en ligging van de geplande productie-installatie geven ook geen reden om dit te verwachten.
  • De provincie kan op een andere manier voldoen aan haar bijdrage aan de rijksdoelstelling voor de opwekking op land van duurzame elektriciteit door windenergie.

Contact

U meldt uw plannen voor een installatie voor windenergie bij de provincie.

De aanvraag tot vaststelling van een inpassingsplan kan worden gesplitst in twee delen, een principe verzoek en een formele aanvraag. Dit om te voorkomen dat onnodig hoge onderzoekskosten moet worden gemaakt.

Principeverzoek

Dit is de eerste stap om te komen tot vaststelling van een inpassingsplan. Beoordeling vindt plaats op hoofdlijnen op het provinciaal beleid en de bijdrage aan de gebiedskenmerken. Gedeputeerde Staten adviseren op basis hiervan een initiatiefnemer over de inpasbaarheid. Het verzoek moet ten minste bestaan uit:

  • NAW-gegevens initiatiefnemer (wie of namens wie wordt aangevraagd);
  • Locatie/begrenzing van het project op een topografische kaart;
  • Eigendomsgegevens van gronden in een straal van 500 meter rondom iedere windmolen;
  • Brief gemeente met motivering afwijzing van een aanvraag met bijbehorende stukken;
  • Quickscan van effecten op de omgeving en aanpassingen van die omgeving op aspecten als ecologie, landschap, lucht, geluid, water, bodem, licht, veiligheid, mobiliteit, archeologie en cultuurhistorie en de economische uitvoerbaarheid;
  • Toetsing aan provinciaal beleid (Structuurvisie, Verordening Ruimte);
  • Hoe gemeentebestuur en de buurgemeente(n) zijn betrokken bij de planvorming.

Formele aanvraag

Wanneer de beoordeling van het principe verzoek positief is, eventueel na aanpassingen, of de initiatiefnemer de aanvraag wil doorzetten kan de formele aanvraag worden ingediend. In deze fase levert de aanvrager de informatie en onderzoeken die nodig zijn voor een zorgvuldige beoordeling van de aanvraag en de voorbereiding van het inpassingsplan. Provinciale Staten besluiten over de aanvraag en de vaststelling van het inpassingsplan. De aanvraag moet tenminste de volgende documenten bevatten:

  • Alle onderdelen van het principeverzoek (actueel);
  • Concept-inpassingsplan, conform de in de Wet ruimtelijke ordening gestelde eisen;
  • Concrete onderbouwing en motivering hoe is omgegaan met de vereisten vanuit de Verordening Ruimte Noord-Brabant, waaronder in ieder geval de zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit en de effecten op de functies en waarden zoals in de Verordening opgenomen; 
  • Alle noodzakelijke onderzoeken ter onderbouwing van het concept-inpassingsplan en als dit nodig is een Milieueffectrapportage. Alle onderzoeken moeten digitaal beschikbaar worden gesteld. Daarnaast moet een papieren versie worden ingestuurd. Het gaat daarbij in ieder geval om de volgende onderzoeken: bodemonderzoek, archeologisch onderzoek, gevolgen voor radarverstoring, geluidsonderzoek, externe veiligheid, onderzoek in kader van Flora- en Faunawet en Natuurbeschermingswet, onderbouwing van de economische uitvoerbaarheid en als dit nodig is ook onderzoek naar de gevolgen voor verkeer, water, bodem en planschade.
  • Overzicht van de wijze waarop omwonenden en deskundige instanties betrokken zijn geweest bij de tot standkoming van het initiatief en het concept-inpassingsplan;
  • Inzicht in de wijze waarop de gemeente bij de planvorming is betokken;
  • (concept) anterieure overeenkomst of een concept exploitatieplan.

Als de aanvraag niet voldoet aan één of meerdere van de gestelde eisen, wordt het verzoek om vaststelling van het inpassingsplan niet in behandeling genomen. De kosten voor het maken van een inpassingsplan en de benodigde onderzoeken komen voor rekening van de initiatiefnemer.

Aanvragen worden gericht aan Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant.

Termijn

De provincie beslist binnen 8 weken na ontvangst van het verzoek of zij medewerking aan het verzoek wil verlenen of niet.

Wet- en regelgeving

Bezwaar en beroep

Tegen een weigering kunt u binnen 6 weken bezwaar aantekenen bij de provincie.

Bijgewerkt

29-11-2017