In het bestuursakkoord heeft het college van Gedeputeerde Staten de ambitie geformuleerd dat deze sector zich ontwikkelt tot een sector die maatschappelijk geaccepteerd en gewaardeerd wordt, diervriendelijk produceert, past in zijn natuurlijke omgeving en geen onaanvaardbare gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Dit gaat niet vanzelf. Daarom is een stevige aanpak nodig waar alle betrokkenen de schouders onder moeten zetten.

Het doel is helder. Door de veehouderij te innoveren en een duurzame, schone en economisch sterke sector te creëren, komen zowel natuur en leefomgeving als veehouderij in onze provincie het beste tot hun recht. De ambitie: een goede balans tussen ‘people, planet en profit’ op hoog niveau. Dat vraagt om een stevige, gedurfde aanpak. Gedeputeerde Staten hebben hiervoor een plan uitgewerkt dat voor de zomer ter besluitvorming aan Provinciale Staten (PS) wordt voorgelegd.

In deze longread leest u wat dit plan precies inhoudt en waarom dit zo hard nodig is.

Biggen

Veehouderij in een spagaat

Veel veehouders bevinden zich in een spagaat. Aan de ene kant willen ze bouwen aan een gezond, duurzaam en modern bedrijf. Aan de andere kant is de concurrentie groot, op een markt waar lang niet iedereen zomaar bereid is te betalen voor echte kwaliteit. Met een verdienmodel dat de nadruk legt op kostenreductie en productieverhoging is het voor veel ondernemers lastig om het hoofd boven water te houden. Tegelijkertijd is er veel maatschappelijke discussie rond de veehouderij omdat veel mensen hinder ondervinden van stank en soms ook geluid en verkeer.

Ook de natuur in Brabant staat onder druk: door de grote hoeveelheid stikstof die via de lucht in de natuur terecht komt, verdwijnen daar planten en dieren met uiteindelijk een dramatische afname van de biodiversiteit.

Brabanders hebben daarnaast zorgen over de gezondheidsrisico’s van de veehouderij. Recent onderzoek concludeert dat COPD-patiënten in de buurt van veehouderijen meer complicaties krijgen bij hun ziekte. Daarnaast zien de onderzoekers in het onderzoeksgebied een vermindering van de longfunctie door de uitstoot van ammoniak en komen longontstekingen vaker voor. Daarentegen is er dichtbij veehouderijen minder astma en allergie. Door de uitstoot van schadelijke stoffen tegen te gaan, zullen de negatieve gezondheidseffecten naar verwachting verminderen.

Video: Wat zijn de problemen

 

Voor welke keuze staat de veehouder?

In een veranderende samenleving komt een ondernemer voor lastige keuzes te staan. Dat is te zien in onderstaande visualisatie, waarbij een ondernemer die zich ‘op de rotonde’ bevindt grofweg kan kiezen tussen 4 mogelijke afslagen:

Rotonde Veehouderij Bekijk de afbeelding

  1. ‘Nichemarkt’: uw bedrijf focust zich op de lokale, kleinschalige markt door onderscheidende producten van hoge kwaliteit te leveren (en daarmee ook een hoger prijskaartje)
  2. ‘EU Kwaliteitsmarkt’: het bedrijf richt zich op de Europese markt met concepten in een samenwerkende keten, bijvoorbeeld biologisch of met 2-sterren binnen het Beter Leven-keurmerk
  3. ‘Wereldmarkt’: het bedrijf produceert op grote schaal producten van goede kwaliteit, in een (semi-)industriële vorm
  4. ‘Stoppen’ of het roer om: de ondernemer stelt vast dat hij geen van de drie opties op zijn bedrijf kan of wil realiseren en besluit te stoppen óf een andere invulling aan het bedrijf te geven. Denk hierbij aan energieproductie, recreatie of zorgondernemingen

Samen naar een nieuwe sector

De partijen die betrokken zijn bij deze uitdaging zijn over verschillende onderwerpen intensief met elkaar in overleg. Zo heeft Brabant er samen met haar partners in 2009 voor gekozen om bovenop de landelijke regelingen het Convenant Stikstof te sluiten om de stikstofuitstoot vanuit de veehouderijstallen terug te dringen. De partners in dit convenant zijn de provincie Limburg, directie Regionale Zaken Ministerie LNV, Stuurgroep Dynamisch Platteland, Zuidelijk Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO), Limburgse Land- en Tuinbouwbond (LLTB), Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Brabants Landschap en de Brabantse Milieufederatie. Dit convenant is uitgewerkt in de Verordening natuurbescherming.

In 2016 heeft de provincie de mestdialoog gestart. Inwoners, veehouders en deskundigen gingen in vier regio's – West-Brabant, Kempen en Midden-Brabant, De Peel, Noordoost-Brabant – met elkaar in gesprek over mogelijke oplossingen voor het mestoverschot en veedichtheid. Zo wilden zij samen tot goede en blijvende oplossingen komen. De resultaten van deze gesprekken zijn mede de basis voor het pakket van maatregelen dat de provincie nu voorbereidt.

Een derde onderwerp van gesprek is de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV). Deze is in 2014 geïntroduceerd en wordt dit jaar geëvalueerd met het doel de BZV nóg meer in te richten als een instrument dat prikkelt tot innovatie en duurzaam werken.

People, planet, profit

Al met al wil de provincie dat veehouders ingrijpende maatregelen nemen. Die maatregelen dragen bij aan de ambitie om ‘people, planet en profit’ op hoog niveau in balans te krijgen. Hoewel een nieuwe manier van werken soms lastig en kostbaar is, is het ook in het belang van de toekomst van de sector zelf dat deze problemen worden aangepakt. De Brabantse veehouderij heeft veel potentie: werkgelegenheid, mooie lokale producten en een sterk kwaliteitsprofiel op de Europese en wereldmarkt. Daarom stelt de provincie in het plan niet alleen strenge eisen, maar kunnen ondernemers met ambities voor een duurzame bedrijfsvoering ook rekenen op hulp van de provincie.

De voorgestelde maatregelen bestaan onder andere uit de regelgeving rond mest, stikstofuitstoot uit stallen en het belonen van een zorgvuldige bedrijfsvoering. Dit laatste krijgt bijvoorbeeld vorm in de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV). Deze aanpak is onderdeel van de bredere aanpak die te vinden is in de Uitvoeringsagenda Brabantse Agrofood (UBA) waarin bijvoorbeeld ook de verkenning naar nieuwe product markt combinaties, samenwerking in de keten en het ontwikkelen en toepassen van innovaties opgenomen zijn.

Om welke maatregelen het precies gaat in de plannen van Gedeputeerde Staten is in deze longread uitgewerkt.

Maatregelen voor de innovatieve veehouderij

Video: Wat zijn de oplossingen

1. Stikstof

Uitstoot van veehouderij, verkeer en industrie tasten de rijkdom van de natuurgebieden aan. Stikstof is daarbij de belangrijkste boosdoener. De uitstoot van stikstof in Nederland is één van de hoogste in Europa en dit moet echt omlaag. Dat vraagt om inspanningen, van de veehouderij en van andere economische sectoren als het verkeer. De provincie heeft (samen met rijk en gemeenten) de taak ervoor te zorgen dat dit gebeurt.

Strenger op stikstofuitstoot

De meeste stikstof in Brabant komt vrij vanuit de veehouderij (ammoniakemissie). Ondanks de Verordening natuurbescherming komt er nog altijd te veel stikstof in de natuurgebieden terecht. Vandaar het plan om de Verordening natuurbescherming aan te scherpen en zo de ammoniakemissies uit veehouderijstallen sneller te verkleinen. Dit is nodig om de Natura 2000-gebieden in Brabant te behouden en de rijkdom van unieke plant- en diersoorten te beschermen. Daarnaast reguleert het Programma Aanpak Stikstof (PAS) de ruimte die beschikbaar is om stikstof uit te mogen stoten. Wanneer er geen vermindering van uitstoot plaatsvindt in Brabant, is er in de toekomst geen nieuwe economische activiteit met stikstofuitstoot (veehouderij, industrie of verkeer) meer mogelijk. Daarnaast hechten we veel waarde aan onze Brabantse natuur, en is het hard nodig om die uitstoot aan te pakken.

Brandnetels

Ammoniak uit de lucht komt op de bodem en werkt dan als meststof. Planten die goed gedijen op mestrijke gronden, zoals brandnetels, krijgen dan de overhand terwijl planten die op schrale gronden groeien verdwijnen. En uit ammoniak ontstaat nitraat, waardoor er te veel nitraat in het grondwater terecht komt. Zo gaat de biodiversiteit in Brabant steeds verder achteruit. Een goede biodiversiteit, dus een rijkdom aan planten en dieren, is van belang voor de kwaliteit van onze leefomgeving: bijvoorbeeld voor de bevruchting van gewassen. Maar ook voor een goede bodem die het water beter vasthoudt. En in een soortenrijk landschap valt veel meer te beleven. Daarnaast is veel ammoniak in de lucht slecht voor de gezondheid omdat daar fijn stof uit ontstaat

Deze animatie van de Wageningen Universiteit legt dit nog eens uit.

Video: Ammoniakproblematiek veehouderij uitgelegd

 

Overzicht eisen aan stallen

De provincie is voornemens om de Verordening natuurbescherming op de volgende punten aan te passen:

  • De stikstofuitstoot moet omlaag, daarom worden de huidige emissie-eisen voor de meeste soorten vee strenger en van toepassing op meer soorten vee.
  • De uiterste termijn waarop verouderde stalsystemen moeten voldoen aan de uitstoot-verlagende maatregelen wordt verkort. Dit betekent dat stalsystemen ouder dan 15 jaar uiterlijk op 1 januari 2020 moeten voldoen aan de regels, want deze zijn het meest vervuilend.
  • Interne saldering wordt binnen een bedrijf en ook binnen een stal losgelaten. Dit betekent dat elk toegepast huisvestingssysteem nu op stalniveau (per individuele stal) moet voldoen aan de eisen uit de Verordening in plaats van op bedrijfsniveau.

2. Mest

Het gezamenlijke doel van de Mestdialoog is een duurzame, innovatieve veehouderij waar mest geen probleem meer is, maar een waardevol product in een landbouw die op Noordwest-Europese schaal kringlopen gesloten heeft. Dit zorgt minder belasting van het milieu, een betere bodem en levert tegelijkertijd een beter stalklimaat op voor werknemers en dieren. Met een slimme en marktgerichte mestbewerking kunnen kosten van mestafzet (die nu erg hoog zijn) dalen en kan het verdienmodel van de veehouderij verbeteren.

Uit de Mestdialoog is een aanpak naar voren gekomen waarmee de veehouderij, overheden en bedrijfsleven een schone en veilige mestbewerking kunnen realiseren. De provincie omarmt de voorstellen die in de dialoog zijn ontstaan en pakt haar rol in de verschillende plannen. Daarom wil de provincie de Verordening ruimte zo aanpassen dat er geen beperking meer is op de capaciteit van de mestbewerking, en dat we sterker sturen op schone en veilige mestbewerking op de juiste plekken. Daarom passen we het beleid wat betreft locaties aan: bewerking kan alleen nog op veehouderijlocaties waar de mest ontstaat en anders op bedrijventerreinen van de juiste milieucategorie. Dit gebeurt schoon en veilig, doordat zulke installaties voor mestverwerking professioneel moeten worden gerund. Daarnaast weet de omgeving constant wat er gebeurt op dit gebied, en houden overheden nauwlettend een vinger aan de pols. Mestbewerking in het buitengebied is niet meer mogelijk, maar de provincie maakt hier een uitzondering op voor melkveehouders die gezamenlijk willen vergisten, aan veehouders die hun mest per pijpleiding transporteren en in een beperkt aantal gebieden met een zeer hoge dichtheid aan varkens.

Innovatie mest

Ook op andere punten dragen we bij aan de gezamenlijke ambities rond mestverwerking:

  • Wij stimuleren innovaties in stalsystemen zodat mest aan de bron wordt gescheiden via onder andere de Verordening natuurbescherming
  • We onderkennen de meerwaarde van vakmanschap en omgevingsbewustzijn van mestbewerkers en stimuleren dit waar mogelijk.
  • We verbeteren vergunningverlening, toezicht en handhaving zodat geborgd is dat mestbewerkingsinstallaties schoon en veilig werken.
  • We ondersteunen de inrichting van een expertpanel dat de taak krijgt innovaties te beoordelen en een BBT (best beschikbare techniek) document op te stellen. We streven er naar dat dit BBT-document een wettelijke status krijgt.

3. Staldering

Veedichtheid was het tweede thema in de gesprekken van de mestdialoog. De veehouderij, met name de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant onvoldoende afgenomen. Om verdere concentratie van de veehouderij tegen te gaan, is het nodig op regionale schaal de omvang van de veestapel te begrenzen. In die delen van Brabant waar al een hoge veedichtheid is staan we uitsluitend nieuwe stallen toe als er oude stallen verdwijnen: staldering.

Zo zijn de inspanningen om te komen tot de gewenste schone en veilige veehouderij effectiever. Staldering werkt op regionale schaal in zes regio’s in Midden en Oost-Brabant. Staldering betekent concreet dat er voor elke nieuwe m2 stal elders 1,1 m2 moet worden afgebroken of gebruikt voor een andere bestemming.

4. Ruimte voor exellerende bedrijven

Er komt meer ruimte voor bedrijven die excelleren in duurzame veehouderij. Veehouderijbedrijven die maatschappelijk acceptatie en waardering krijgen hebben een aantal kenmerken. Zo passen zij in hun natuurlijke omgeving en brengen geen onaanvaardbare gezondheidsrisico’s met zich mee. Wij willen voor dit soort bedrijven ruimte scheppen via maatwerk.

Als dit type bedrijven wil groeien gaan we flexibeler om met de maximale omvang van het bouwblok (standaard 1,5 hectare) in de volgende bijzondere situaties:

  • Bedrijven die overlast opheffen door het opheffen van een veehouderijlocatie kunnen die oppervlakte toevoegen aan een veehouderij op een locatie die voldoet aan de normen ten aanzien van geur, fijnstof etc. Hun bouwblok mag dan maximaal 2,5 hectare groot zijn
  • Bedrijven die voorop lopen in de transitie, wat blijkt uit een zeer hoge BZV-score (>8,5), mogen hun bouwblok vergroten tot 2 hectare.
  • Bedrijven die willen uitbreiden om meer ruimte te geven aan hun dieren mogen hun bouwblok vergroten tot 2 hectare als het aantal dieren gelijk blijft.

Bedrijven die niet willen groeien, maar wel nieuwe niches willen ontwikkelen kunnen ook tegen de grenzen van de regelgeving aanlopen. Ook voor deze bedrijven willen we via maatwerk ruimte scheppen.

5. Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV)

Om veehouders te stimuleren hun bedrijf te vernieuwen én om in de gaten te houden of de maatregelen wel effectief zijn, is de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV) in het leven geroepen. Deze score laat zien in hoeverre een ondernemer voldoet aan de nieuwe eisen. Hij kan op basis daarvan een aanvraag doen voor bedrijfsuitbreiding. Gaat een ondernemer nog een stapje verder door méér te doen dan de regelgeving voorschrijft, dan heeft dat een positief effect op de uitbreidings- en ontwikkelmogelijkheden. De BZV-score wordt bepaald aan de hand van maatregelen die de veehouder zelf kiest. Het idee van de BZV is dan ook: investeer in de toekomst van je bedrijf, en vergroot je kansen. Deze manier van denken is opgenomen in de Verordening Ruimte 2014. Dit jaar scherpen we de BZV verder aan, om veehouders te prikkelen tot innovatie en verduurzaming verder aan te moedigen. Ontwikkelruimte moet verdiend worden. Het Panel Zorgvuldige Veehouderij geeft advies aan veehouders over welke innovaties hen op de lange termijn het meest zullen opleveren.

Varken met boer

Praktische uitvoering

Om de BZV zo helder en effectief mogelijk te maken, liggen de volgende voorgestelde maatregelen klaar:

  • De minimale score die nodig is voor uitbreiding wordt verhoogd. Via ketenkwaliteitssystemen nemen veehouders al veel verdergaande maatregelen voor bijvoorbeeld voedselveiligheid, antibiotica, dierenwelzijn en milieu. Mede door een financiële tegemoetkoming vanuit de markt, kunnen marktconcepten en ketenkwaliteitssystemen – sterker dan de BZV – stimuleren om te verduurzamen. We gaan daarom in gesprek met de ketenpartners om ketenkwaliteitssystemen en lokale thema’s (uit de BZV) dichter bij elkaar te brengen. Door lokale thema’s op te nemen in keten-kwaliteitssystemen kan op termijn de BZV overbodig worden.
  • Eén van de effecten van het huidige beleid is dat bedrijven uitbreiden door ergens anders een bestaand bedrijf over te nemen: zijwaarts uitbreiden. Dit kan een goede optie zijn, mits deze bedrijven voldoen aan de moderne eisen. Elke oude stal moet vanuit de Verordening natuurbescherming op kortere termijn vernieuwd worden
  • De BZV wordt minder complex gemaakt. In de statenmededeling van 15 november staan de suggesties daarvoor beschreven.

6. Onderzoek: effecten

Begin april werden de eerste resultaten van een lopend onderzoek naar de effecten van de voorgestelde maatregelen op de structuur en omvang van de veehouderij gepresenteerd. De provincie gebruikt deze resultaten bij het opstellen van flankerend beleid. De voorlopige resultaten uit het lopend onderzoek kun je lezen in het bericht Onderzoek naar sneller verduurzamen veehouderij. Op 19 mei en 23 juni zijn er in PS themabijeenkomsten over dit dossier. Op 19 mei staan het onderzoek naar milieueffecten van het beleid en de zogeheten ‘botsproeven’ op de agenda. Het laatste onderzoek behandelt de gevolgen die veehouders en hun adviseurs verwachten van de voorgenomen maatregelen. Deze themabijeenkomsten van PS zijn openbaar toegankelijk.

7. Flankerend Beleid

Hulp aan veehouders bij de nieuwe regels en werkwijze

De aanpassingen van de Verordening natuurbescherming en de Verordening ruimte vragen nogal wat van veel veehouders. Een groot aantal moet eerder en/of meer investeren. Voor een deel van de veehouders betekent dit dat zij eerder moeten stoppen met hun bedrijf. Via een servicepunt wil de provincie hen daarbij helpen. Wat kan dit servicepunt zoal betekenen? Hierbij kun je denken aan:

  • Organisatie van sloop en asbestverwijdering, waardoor dit goedkoper en makkelijker wordt;
  • Goede advisering;
  • Hulp bij het opzetten van een nieuw bedrijf, bijvoorbeeld energieproductie, enzovoort;
  • Om- en bijscholing;

Hoe dat servicepunt er uit komt te zien is nog niet bekend. Er zal worden samengewerkt met de gemeenten, maar ook met bijvoorbeeld de energiesector.

Investeringsfonds

Tweede vorm van ondersteuning waar de provincie aan denkt is een investeringsfonds. Dit fonds kan het veehouders makkelijker maken om duurzamer te gaan werken door financiering tegen gunstige voorwaarden aan te bieden. De provincie wil hierbij samenwerken met andere belangrijke partijen rond de veehouderijsector, zoals banken en voerleveranciers.

Video: Hoe passen we dit toe

 

Planning

In het eerste halfjaar van 2017 worden deze voorgestelde plannen en maatregelen besproken in Gedeputeerde Staten (GS) en vervolgens in Provinciale Staten (PS).

Meer informatie

Wilt u verder lezen over de noodzaak van duurzamere de veehouderij? Bekijk dan de links: