Om dit voor de toekomst te borgen moet de Brabantse veehouderij bewegen naar een sector die maatschappelijk geaccepteerd en gewaardeerd wordt, diervriendelijk produceert, past in zijn natuurlijke omgeving en geen onaanvaardbare gezondheidsrisico’s meebrengt. Met een schone veehouderij is er meer ruimte om te ondernemen in Brabant.

In Brabant werken we al geruime tijd aan deze transitie van de veehouderij. Alle betrokken partijen hebben inmiddels grote inspanningen geleverd; beleid en regelgeving zijn aangepast. Toch vindt de provincie dat er extra stappen nodig zijn om te komen tot die sterke en maatschappelijk gewaardeerde veehouderij.

In deze samenvatting leest u over het stevige maar gebalanceerd pakket aan maatregelen dat de provincie heeft samengesteld om deze extra stappen te bewerkstelligen. Een volledige beschrijving vindt u in de notitie Versnelling Transitie Veehouderij. Dit pakket is onderdeel van de veel bredere Uitvoeringsagenda Brabantse Agrofood waarin vele partijen waaronder de provincie en andere overheden werken aan vernieuwing van de Brabantse landbouw. Innovatie, creativiteit en doorpakken zijn daarbij typisch Brabantse sleutelwoorden.

Maatregelen voor de innovatieve veehouderij

Het voorliggend maatregelenpakket bestaat uit de volgende onderdelen:

  1. Ruimte voor mestbewerking
  2. Regels om de omvang en spreiding van de veestapel te sturen en nieuwe leegstand te voorkomen (staldering).
  3. Ruimte voor excellerende veehouders.
  4. Regels om de ammoniakemissie uit stallen terug te dringen.
  5. Ruimte voor economische ontwikkeling.
  6. Stimulering via de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV)
  7. Ondersteuning door flankerend beleid.

1. Ruimte voor mestbewerking

De provincie wil emissies uit mest minimaliseren. Dit verkleint de risico’s voor gezondheid en veiligheid en is goed voor de natuur. Het is daarvoor nodig dat veehouders mest bewerken voordat het wordt opgeslagen of aangewend. Dit draagt bij aan een gezonde bodem, innovatie in de veehouderijsector en een landbouw die kringlopen op Noordwest-Europese schaal sluit.

Het Brabantse mestbeleid creëert daarom ruimte voor schone en veilige mestbewerking op geschikte locaties. Mestbewerking op een schaal die groter is dan de individuele veehouderijlocatie is een industriële activiteit die thuishoort op een bedrijventerrein. In bijzondere situaties geldt hiervoor een uitzondering. De provincie wil dat er in Brabant niet meer mest bewerkt wordt dan het Brabantse mestoverschot. Bij de vergunningverlening past de provincie het voorzorgsbeginsel toe en zorgt er zo voor dat de risico’s voor de volksgezondheid minimaal zijn. Samen met partners voert de provincie actieplannen uit om ervoor te zorgen dat de gewenste bewerking van mest goed van de grond komt.

2. Staldering

De concentratie van vee in Oost en Zuid-Brabant leidt ertoe dat in die regio’s de druk op mens en natuur te hoog blijft. Veehouderijbedrijven worden groter, daardoor komen er stallen leeg te staan. Dat is slecht voor het aanzien van het Brabantse buitengebied en leidt tot onveilige situaties (zoals criminaliteit). Met een systeem van staldering gaat de provincie deze ontwikkelingen tegen. Binnen een regio is de bouw of ingebruikname van een stal uitsluitend toegestaan als er elders in dezelfde regio iets meer staloppervlak (110%) verdwijnt. Dit betekent concreet dat er voor elke nieuwe m2 stal elders 1,1 m2 moet worden afgebroken of gebruikt voor een andere bestemming.

Er zijn 6 stalderingsgebieden. Een stal moet de afgelopen 3 jaar in gebruik zijn geweest om in te kunnen zetten voor staldering, het stalderen met leegstaande stallen is dus niet toegestaan. Staldering geldt niet voor melkvee, schapen en nertsen.

Om de transitie te bevorderen is het van belang dat uitbreidende veehouders een eerlijke prijs betalen voor de stalderingsmeters. Zie uitleg in paragraaf 4.1.2 van de notitie. Ook is het van belang de regeling ordentelijk uit te voeren. Daarom stelt de provincie een stalderingsloket in. Stalderen loopt verplicht via dat stalderingsloket.

3. Ruimte voor excellerende veehouders

We geven meer ruimte aan veehouders die excelleren in de transitie van de veehouderij. Als een veehouder een ander bedrijf dat overlast veroorzaakt opheft of als zijn bedrijf een hoge BZV-score heeft (8,5 of hoger) kan hij voor zijn bedrijf aanspraak maken op een groter bouwblok dan gebruikelijk (respectievelijk maximaal 2,5 en 2 ha). Dit geldt naast de al bestaande mogelijkheden voor grondgebonden en innovatieve veehouderijbedrijven.

4. Minder ammoniakemissie uit stallen

Met een wijziging van de Verordening natuurbescherming zorgt de provincie ervoor dat de ammoniakemissie uit stallen sneller en sterker afneemt, zodat natuurdoelstellingen op tijd gehaald kunnen worden. Hierdoor nemen ook de uitstoot van geur en fijn stof af en worden gezondheidsrisico’s kleiner. De provincie wijzigt de Verordening natuurbescherming op de volgende punten:

Verouderde stalsystemen

Op 1 januari 2022 moeten verouderde stalsystemen die nu niet voldoen aan het Besluit emissiearme huisvesting voldoen aan de emissiereducerende eisen in bijlage 2 van de Verordening natuurbescherming.

Wanneer een stalsystemen verouderd is verschilt per diercategorie:

  • 20 jaar voor rundvee
  • 15 jaar voor de overige diercategorieën

Intern salderen

Intern salderen binnen een bedrijf en binnen een stal is niet langer toegestaan.

Daarnaast scherpt de provincie de emissie reducerende eisen in bijlage 2 van de Verordening natuurbescherming aan en zijn er emissie reducerende eisen toegevoegd voor diercategorieën waar nu nog geen eisen voor zijn.

5. Ruimte voor economische ontwikkeling

Door de wijzigingen van de Verordening natuurbescherming ontstaat er ook een wijziging in het Programma Aanpak Stikstof (PAS), er blijft namelijk meer PAS-ontwikkelingsruimte over in Brabant voor het bedrijfsleven. Zo ontstaat een eerlijkere verdeling van de PAS-ruimte over het Brabantse bedrijfsleven.

Met de beleidsregel PAS beschermt de provincie 4 Natura 2000-gebieden waar zeer kwetsbare natuur voorkomt die door stikstofdepositie overbelast is. Daar geeft de provincie op dit moment geen PAS-ontwikkelingsruimte uit. Met de voorgenomen wijziging van de Verordening natuurbescherming wordt de ammoniakemissie uit stallen zodanig teruggedrongen dat deze extra bescherming vanaf 1 januari 2020 niet meer nodig is. De provincie past de beleidsregel PAS hierop aan. Dit betekent dat de provincie vanaf 1 januari 2020 in deze regio’s PAS-ontwikkelingsruimte uitgeeft aan (duurzame) economische ontwikkelingen die voldoen aan de beleidsregel PAS.

6. Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV)

De Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV) gaat met een hoger ambitieniveau de gewenste verduurzaming en innovatie steviger ondersteunen. Dit geeft veehouders een stimulans om juist die maatregelen te nemen die de maatschappelijke acceptatie vergroten zoals terugdringen van geur en fijn stof en extra landschappelijke inpassing. De aanpassingen van de BZV zijn:

  1. De minimale score die nodig is voor uitbreiding wordt verhoogd van een 7 naar 7,25
  2. De BZV is vereenvoudigd
  3. De wijzigingen in de ketenkwaliteitssystemen zijn geïnventariseerd en verwerkt in de BZV

Vorig jaar is de BZV geëvalueerd en op basis daarvan heeft de provincie de BZV samen met haar partners uitgewerkt in een ontwerp BZV versie 2.0.

7. Flankerend beleid

Hulp aan veehouders bij de nieuwe regels en werkwijze

Het bovenstaande maatregelenpakket betekent een ingrijpende stap vooruit richting een maatschappelijk gewaardeerde veehouderij. De provincie wil met een set flankerende maatregelen veehouders ondersteunen bij het zetten van deze stap in de transitie. Het gaat om 3 instrumenten:

  1. Een investeringsfonds dat met kapitaal individuele veehouders helpt de gevraagde investeringen te financieren
  2. Het bevorderen van de ontwikkeling en introductie van innovatieve stalsystemen die uitgaan van een ‘bron’-aanpak
  3. Een ondersteuningsnetwerk gericht op ondersteunen van stoppende veehouders

Moratorium geitenhouderij

Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor mensen die in een straal van 2 kilometer rondom een geitenhouderij wonen. Het is nog onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat. Daarom is vervolgonderzoek nodig naar de oorzaak van dit risico.
In afwachting van de resultaten van het vervolgonderzoek heeft de provincie op 7 juli 2017 een tijdelijk moratorium (opschorting) ingesteld voor ontwikkelingen van geitenhouderijen in Brabant. Vooral om te voorkomen dat boeren nu een stal in bedrijf nemen waarvoor zij in de nabije toekomst geconfronteerd worden met kostbare maatregelen om risico’s te beperken.

Het uitbreiden of in gebruik nemen van geitenstallen is daarom per direct niet meer toegestaan. Dit geldt niet voor stallen die op 7 juli 2017 in gebruik waren of aan wie voor 7 juli 2017 een vergunning is verleend.

Het is nog wel toegestaan om bij een gelijk blijvend aantal dieren:

  • Een geitenstal te verplaatsen ten behoeve van de verbetering van de volksgezondheid
  • De oppervlakte van een geitenstal uit te breiden ten behoeve van het dierenwelzijn
Als gemeenten willen meewerken aan 1 van deze uitzonderingen, hebben zij instemming nodig van gedeputeerde staten.

De bovenstaande tekst is bedoel om eenvoudige uitleg te geven van het moratorium. Lees ook de exacte tekst van het besluit.

Effecten op veehouderij, natuur en economische bedrijvigheid

Het aanscherpen van de Verordening natuurbescherming leidt versneld tot een flinke vermindering van stikstofdepositie op de Brabantse Natura 2000-gebieden en tot verbeteringen van het leefklimaat. De geurhinder en de uitstoot van fijnstof nemen af en daarmee worden de risico’s voor de gezondheid kleiner. Daarnaast blijft er meer ontwikkelingsruimte (PAS) over voor economische bedrijvigheid.

Voor veehouders betekent dit dat zij eerder en meer moeten investeren. Daardoor dalen de inkomens van veehouders. Voor een deel van de veehouders, met name varkenshouders en melkveehouders, betekent dit dat zij eerder stoppen met hun bedrijf. Op de lange termijn blijven er dan iets minder veehouderijbedrijven over. De omvang van de veestapel neemt niet verder toe.

Staldering in combinatie met het aanscherpen van de Verordening natuurbescherming leidt tot een rem op regionale concentratie. Het aantal veehouderijlocaties neemt rondom dorpen en natuurgebieden meer af dan in de rest van Brabant. Zo verbetert de ruimtelijke structuur van de veehouderij en wordt de druk op natuur en milieu verminderd: grotere en schonere bedrijven op betere locaties, verder weg van woningen en natuur.

Meer informatie

Alvorens het uiteindelijke pakket aan maatregelen vast te stellen heeft de provincie de volgende onderzoeken laten uitvoeren om zo een zo goed mogelijk beeld te krijgen van doelbereik en effecten zoals hierboven omschreven:

Wilt u verder lezen over de noodzaak van duurzamere de veehouderij? Bekijk dan de links:

Lees ook de Staten-documenten van juni 2016:

Lees ook de Staten-documenten van november 2016