De economie van Brabant blijft in onweerstaanbare beweging. De koers hiervoor is uitgezet in het Economisch Programma Brabant 2020.

De provincie presenteert een Investeringsstrategie voor de komende jaren om in te spelen op de dynamische economische ontwikkelingen als onderdeel van de maatschappelijke uitdagingen, binnen de kaders van het Economisch Programma Brabant 2020.

De provincie wil een centrale rol spelen in deze ontwikkelingen. Ze wil aanjagen, meedenken, verbinden. Als een betrouwbare partner die boven de partijen staat, kan de provincie bijdragen aan het juiste investeringsklimaat. Mede door een intensieve en bestendige samenwerking tussen ondernemers, kenniscentra en tal van andere relevante spelers.

Koppeling met maatschappelijke opgaven

De transitie naar een innovatieve, circulaire en robuuste Brabantse economie is een maatschappelijke opgave van formaat. Daarbij gaat het Economisch programma niet alleen over maximalisatie van groei, maar we willen ook een bijdrage leveren aan de maatschappelijke uitdagingen van onze tijd. Bij agrofood ligt er een grote uitdaging in de verduurzaming van onze voedselvoorziening. Met het plan Bereikbaar Zuid-Nederland geven we een enorme impuls aan de slimme mobiliteit van Brabant met een forse inzet op Intelligente transport systemen. Hiermee maken we van Brabant één groot living lab voor de economische clusters automotive en logistiek. Met het programma zorgeconomie pakken we via het spoor Health@home nadrukkelijk ook de sociale aspecten van het gezond ouder worden mee. Het cluster biobased economy verkent hoe hernieuwbare groene grondstoffen de rol van eindige fossiele grondstoffen over kunnen nemen. Nieuwe technieken, business modellen, toepassingen en markten dienen zich aan rond nieuwe biobased materialen.

Dit zijn allemaal opgaven waarbij het economisch potentieel voor een belangrijk deel nog onbekend is, maar die wel passen bij het DNA van Brabant en waar kansen liggen voor de economie van de toekomst.

1. Macro Analyse

Om een duidelijk beeld te krijgen van waar de economische kansen precies liggen, bekijken we eerst de economische kracht van Brabant, nu en in de toekomst. We geven hierbij duidelijk aan welke specifieke clusters belangrijk zijn voor het verdienvermogen van onze provincie. Daarna kijken we, met het Economisch Programma 2020 als handleiding, naar deze economische clusters. De clusteranalyses zijn op maat gemaakt door de experts van de provincie en de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM). Deze analyses zijn vervolgens door adviesbureau Technopolis aangescherpt.

In vergelijking met de rest van Nederland doet Brabant het economisch goed. Ondanks de financiële crisis van de afgelopen jaren ligt de werkloosheid al lange tijd onder het landelijke gemiddelde. De toegevoegde waarde per inwoner ligt alleen in Utrecht en Noord-Holland hoger dan in onze provincie.

We zien dat binnen de industrie minder mensen werken dan vroeger. Toch is het belang van de industrie voor de werkgelegenheid niet afgenomen. Dit komt omdat elke baan in de industrie voor anderhalve baan in andere economische sectoren zorgt. Zo heeft een goedlopend industrieel bedrijf bijvoorbeeld behoefte aan accountants, schoonmakers en allerlei leveranciers.

In de industriële sector, zoals metaal, voeding en chemie, ligt de gemiddelde arbeidsproductiviteit hoger dan andere bij sectoren in Brabant. In bijvoorbeeld de detailhandel, de landbouw of de horeca ligt deze juist onder het gemiddelde. De detailhandel en de (kleine) vastgoedsector kennen weliswaar een hoge productiviteit, maar door de kredietcrisis ligt een substantiële groei van deze sectoren voorlopig niet voor de hand.

De dienstensector in Brabant zorgt voor veel banen. Denk hierbij aan de horeca. Ook het museumwezen en de detailhandel zorgen voor veel werk. Vooral lager opgeleiden komen binnen deze sectoren aan werk.

De industrie is met afstand de grootste exportsector van Noord-Brabant: maar liefst 65 procent van onze export komt hiervandaan. Vooral metaal (high tech), voeding en chemie scoren goed. Ook de groothandel (voortgekomen uit de industrie) is een exportsector van betekenis. De Waalwijkse schoenenindustrie is hier een goed voorbeeld van.

De direct toegevoegde waarde van de industrie is lager dan die van de export. Dit komt onder andere door de noodzakelijke inkoop van grondstoffen, goederen en diensten. In heel Nederland gaat het hier om een bedrag van 63 miljard euro. Hiermee is de industriesector de belangrijkste inkoper van de Nederlandse economie. Naar verwachting geldt dit ook voor Brabant.

Het grootste deel van de Noord-Brabantse export komt voor rekening van de topclusters chemie, agrofood en high tech systemen en materialen (HTSM). Binnen deze internationale clusters vindt men producten van Bavaria (Agrofood) en ASML (high tech), maar ook de vrachtwagens van DAF en productiemachines voor het maken van zonnecellen.

Infographic 1

Chemie, agrofood en high tech zijn voor Nederland de dominante clusters als het om export gaat. Daarnaast scoort de logistieke sector goed. Wat de overige clusters betreft liggen de zaken (in ieder geval nu nog) anders: life sciences en energie zijn niet dominant en biobased economy en maintenance zijn ook op nationaal niveau (nog) geen topclusters

Desondanks spelen deze laatste 2 clusters wel degelijk een rol van betekenis. Zowel biobased economy als maintenance zijn belangrijk in het topcluster chemie. Het cluster maintenance is bijvoorbeeld belangrijk voor de concurrentiepositie van chemie en high tech. Op dit moment zijn er in Brabant bovendien enkele interessante spelers, namelijk (high tech) bedrijven als Philips, AMSL en Vanderlande. Rondom deze grote multinationals zijn tal van mkb’ers en innovatieve start-ups actief als toeleverancier.

De omvang van biobased economy is nog vrij bescheiden: in 2013 kende dit cluster voor heel Nederland een toegevoegde waarde van1,3 miljard euro. Als grondstofleverancier voor de chemiesector levert dit cluster echter het dubbele op. Daarnaast is er veel aandacht voor de groeipotentie van de biobased economy.

Belangrijk voor Brabant is de samenwerking met Zeeland en Limburg. Met behulp van de zogenoemde slimme specialisatie strategie voor Zuid-Nederland (RIS3) richten deze 3 provincies zich op 3 internationale topclusters, met daarnaast 4 nationale topclusters met internationale potentie. De 3 internationale topclusters zijn gevormd rondom HTSM, chemie en agrofood en tuinbouw en uitgangsmaterialen (ATU). HTSM concentreert zich met name rondom Eindhoven, chemie is met name rondom Chemelot en in West-Brabant/Zeeland geconcentreerd en ATU is met name sterk in Oost-Brabant en Noord-Limburg.

High tech, agrofood en chemie zullen nu én in de toekomst de basis vormen voor de export en het verdienvermogen van Brabant. Opvallend is dat Brabantse bedrijven die veel exporteren, relatief vaak investeren in innovatie. Zo blijkt 75 procent van de kleine en middelgrote ondernemingen (KMO’s) die zich bezig houden met Research & Development (R&D) hun producten te exporteren. Gemiddeld exporteert slechts 8,9 procent van de ‘maakbedrijven’ hun producten. De provincie wil zich in haar economisch beleid daarom vooral richten op innovatieve mkb-bedrijven. Hier bevinden zich immers veel spelers met grote exportbelangen.

Tabel 2

Via regionale valorisatieorganisaties (Ondernemerslift, Bright Move, Starterslift) is er een provinciedekkend netwerk van startersondersteuning gecreëerd. De samenwerking met het ministerie van EZ, de KvK, de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappijen en de regionale triple helix organisaties wordt de komende jaren verder versterkt. Zo kan vooral het mkb beter worden bediend. Waar mogelijk worden Europese fondsen gebruikt om het innovatieve mkb te ondersteunen. Daarnaast is het voornemen om het mkb te versterken door initiatieven als Brabant Start, mkb-doorstart en Horizon2020.

In het zuiden van Nederland wordt per hoofd van de bevolking bovengemiddeld geïnvesteerd in innovatie. Met name door high tech bedrijven en (in mindere mate) in agrofood en chemische bedrijven wordt veel geld gestoken in R&D. Van de totale R&D investeringen in Nederland kwam in 2012 bijna een derde op het conto van Brabantse bedrijven.

Grafiek 2

De toekomst van de Brabantse export ligt niet in het vergroten van de productie van bulkgoederen. De provincie ziet vooral toekomst in de productie van complexere goederen als machines en mechaniseringsoplossingen die in andere sectoren kunnen worden ingezet. Juist deze high tech oplossingen en mogelijkheden op het gebied van de machinebouw kunnen de hoogwaardige exportproducten leveren die perfect aansluiten op het Brabantse industriële DNA.

Het onderzoek van adviesbureau Technopolis heeft 2 kernopgaven voor onze provincie gedefinieerd. Kort gezegd gaat het hierbij om technologische high tech ontwikkelingen en verduurzaming/circulaire economie.

De technologische high tech ontwikkelingen (denk hierbij aan fotonica, internet, big data) bieden kansen voor verbetering voor de high tech producten. Digitalisering van de zogenoemde ‘maakindustrie’ is al onderwerp van de smart industry. De komende jaren zal zij leiden tot nieuwe combinaties van technologieën en applicatiegebieden in ‘traditionele’ clusters als logistiek, maintenance en agrofood.

Brabant heeft rondom Eindhoven een sterk high tech cluster dat optimaal gebruik kan maken van de kansen die de huidige technologische revoluties bieden. Dit vraagt om aandacht voor de crossovers tussen de verschillende clusters, maar ook om investeringen in het high tech cluster zelf.

Op het gebied van verduurzaming/circulaire economie vinden al tal van ontwikkelingen plaats. Biobased economy en de energietransitie zijn hier goede voorbeelden van. Met Solliance hebben we als provincie een consortium gebouwd voor de zonneceltechniek van de toekomst. Het verder aansluiten van materiaal en energiekringlopen op een circulaire economie, de omschakeling naar andere grondstoffen en waardeketens bieden kansen voor verbindingen tussen verschillende sectoren en opgaven.

2. De Brabantse clusters

Kraamkamer van nieuwe producten en systemen
High tech is groot in Brabant. Met 14.000 bedrijven, 120.000 directe banen en een productiewaarde van zo’n 25 miljard is het zelfs de belangrijkste economische tak in onze provincie. Hiermee heeft high tech veruit de grootste economische en innovatieve meerwaarde van alle sectoren in Brabant. In Brabant zijn al veel componenten van de ‘high tech bouwdoos’ aanwezig. De kracht van deze sector is de (goede) mix van deze sector. R&D speelt hier een grote rol. Zo werd in 2010 maar liefst 1,7 miljard euro geïnvesteerd in R&D. Dat is bijna de helft van alle investeringen in heel Nederland.

 
De provincie onderscheidt enkele kernopgaven ten opzichte van hightech. Zo moet marktverbreding de industrie minder afhankelijk maken van enkele grote spelers (Philips en ASML). De verdienmodellen zullen bestendiger moeten worden en de nu al aanwezige kennis op dit gebied moet worden omgezet naar processen, producten en diensten. Ook moet er gekeken worden naar de mogelijke crossovers en het toekomstpotentieel.

Ondernemerschap in Lifetec
In het Economische Programma Brabant is Lifetec nadrukkelijk aangewezen als een van de belangrijkste clusters. Met Lifetec bedoelen we de sectoren life sciences, farmacie en medische technologie en combinaties van deze 3 sectoren. Er zijn bovendien crossovers met enkele andere sectoren waarin Brabant goed scoort. Denk hierbij aan high tech systems, ICT/data, agrofood en design. Bij al deze sectoren gaat het om de ontwikkeling en het vermarkten van intelligente producten en systemen die de gezondheid en kwaliteit van leven van mensen verder verbeteren. Deze apparaten (zgn. ehealth devices), medicijnen en nieuwe diagnostiekmethoden worden wereldwijd afgezet.

 
Lifetec is een ietwat gecompliceerd cluster. Zo is het aantal banen binnen lifetec in Brabant redelijk klein. Tegelijkertijd is Life tec een zeer kennisintensief en wereldwijd competitief cluster. Deze markten groeien bovendien zeer snel. Voor de sector life sciences geldt daarnaast dat de time-to-market en investeringskosten vrij hoog zijn. Dit betekent dat de groeikansen weliswaar vrij hoog zijn, maar dat geldt ook voor de risico’s. Hierdoor wordt het grote inovatiepotentieel op dit moment nog onvoldoende benut. Deze situatie vraagt om een actieve rol van de provincie.

Vergroten economische waarde maintenance en services
Nederland, Noorwegen en Turkije gaan de motoren voor de Europese F35 straaljager gezamenlijk onderhouden. In Nederland gebeurt dat bij het Logistiek Centrum Woensdrecht, het LCW. Met financiering van de ministeries van Economische Zaken en Defensie en de provincie Brabant wordt er een onderhoudsfaciliteit gebouwd. De investering in het F35-motoronderhoud moet leiden tot nieuwe bedrijvigheid, potentiële werkgelegenheid en de verdere bevordering van innovatie en concurrerend vermogen binnen de provincie.

  
Op basis van een rapport van PriceWaterhouseCooper heeft de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM) samen met andere relevante instanties een Maintenance & Services programma Brabant (MSP) ontwikkeld. Met de komst van de F35-straaljager ligt de focus op deze regionale maintenance opgave. Hiervoor is een concreet uitvoeringsprogramma ontwikkeld, met de sectoren aerospace en HTSM als zwaartepunten. Er zijn vier concrete actiepunten, te weten: innovatie, onderwijs, acquisitie en businesscases.

De economische waarde moet worden vergroot. Potentiële vestigers uit binnen- en buitenland overwegen serieus een komst naar Brabant wanneer we een onderscheidende, wereldwijd ongeëvenaarde situatie op het gebied van maintenance & services kunnen bieden. Binnen het MSP realiseren we innovatieprojecten en ontwikkelen we een gezamenlijke onderwijsagenda. Die moet inspelen op de behoeftes van het bedrijfsleven. De focus van MSP ligt op het behoud en de verdere versterking van het huidige aerospace & maintenance cluster en verduurzaming van de huidige HTSM industrie.

Innovatie in Agrofood
Het Economisch Programma Brabant 2020 heeft de kaders van het Innovatieprogramma Agrofood 2020 vastgelegd. Het doel van dit innovatieprogramma is tweeledig. Ten eerste is er het faciliteren en stimuleren van het innovatieproces in het agrofoodcluster. Daarnaast gaat het om het ondersteunen van de overgang van de primaire sector naar een vitaal en duurzaam cluster. De focus komt hierbij te liggen op kwaliteit en toegevoegde waarde.

 
De overheid verstrekt middelen aan verschillende intermediaire organisaties. Zij zullen ondernemers steunen bij het verder brengen van innovatieve ideeën naar een investeringsrijp businessplan. Daarnaast wordt er ondersteuning geboden aan verschillende onderwijsinstellingen en campus-ontwikkelingen. De uitvoering van het Innovatieprogramma Agrofood is gebouwd rond vijf thema’s:

  1. Crossover Voeding en gezondheid
  2. Crossover Duurzame Technologie
  3. Biobased economy
  4. Klantwaarde stimuleren
  5. Internationalisering / Branding

Brabant Living Lab
Brabant heeft een unieke positie binnen het automotive-cluster in Nederland (circa 50.000 werknemers). In onze regio’s zijn grote spelers (OEM’s) gevestigd zoals DAF, VDL, TomTom en NXP. Daaromheen bevindt zich een schil van (mkb-) toeleveranciers en kennisinstellingen (TNO, TU/e). Brabant is sterk in zowel Green Mobility (o.a. elektrische/ schone aandrijving voor bussen en trucks) als Smart Mobility (coöperatief en automatisch rijden met behulp van ITS toepassingen). Daarmee sluit het automotive cluster aan op provinciaal beleid gericht op het verzilveren van de economische potentie van elektrisch rijden, natuur & milieu, Smart en green Mobility en de Brabant corridor.

De automotive campus is de nationale hotspot, ontmoetingsplek en vestigingslocatie op het gebied van automotive, groene en slimme mobiliteit. Op deze ontmoetingsplek werken overheden, kennisinstellingen en bedrijven samen met als doel om sneller, slimmer en beter te innoveren.

Er zijn diverse uitdagingen voor innovatie in de automotive sector. Allereerst is het nodig dat de sector onder leiding van AutomotiveNL aan de slag kan met de uitvoering van haar nieuwe innovatieprogramma’s. Die zijn gericht op de ontwikkeling van schone motoren, slimme auto’s, nieuwe lichte materialen en flexibele productietechnieken. Het innovatieprogramma is zowel voor de ontwikkeling van de Automotive Campus in Helmond als voor heel Brabant van belang.

De circulaire Brabantse economie
Bij de biobased economy draait het om hernieuwbare, groene grondstoffen. Op termijn verdringen zij fossiele grondstoffen als olie en kolen. De biobased economy is bij uitstek een cluster waar niet alleen visie, maar ook lef een rol speelt. Het economisch potentieel is namelijk ongekend, al valt nu nog niet in te schatten hoe groot dat potentieel exact is. Een deel van deze tak speelt zich op dit moment namelijk nog af op de tekentafel. Vast staat wel dat de biobased economy een centrale rol heeft binnen de Brabantse innovatieplannen. Dit cluster verbindt namelijk de clusters agro, food, chemie en hightech met elkaar. Op termijn zal de biobased economy niet meer weg te denken zijn uit het Brabantse economische landschap, maar zo ver is het nog niet.

 
Brabant zet flink in op deze nieuwe ontwikkelingen. De grote uitdaging is nieuwe clusters en ketens te ontwikkelen met een grote concurrentiekracht. Geen gemakkelijke opgave, aangezien de chemiesector op wereldschaal concurreert en de kostprijs van fossiele eindproducten laag is. Alleen wanneer schaalvoordelen worden gehaald of materialen zich onderscheiden door unieke eigenschappen, ontstaat toegevoegde waarde. Zo ontstaan concurrerende businesscases voor de biobased economy. Samen met kennispartners, bedrijfsleven en ontwikkelbedrijven heeft de provincie de afgelopen jaren een aantal kansrijke (nieuwe) ketens, clusters en locaties geïdentificeerd waarmee Brabant nationaal, en internationaal het verschil kan maken.

Brabant als sterk merk
De stakeholders in Brabant hebben als doelstelling om in 2020 de meest gastvrije en innovatieve provincie van Europa te zijn, met een groei in de toeristische bestedingen van 5,3 naar 6,0 miljard euro en een banengroei van 100.000 naar 130.000.

Helaas zien we dat de bestedingen van de bezoekers in Brabant voorlopig nog teruglopen in vergelijking met andere (Europese) regio’s. Om dat tij te keren is het nodig om het meerdaags bezoek te stimuleren door de kwaliteit en de capaciteit te vergroten en het versnipperd vrijetijdsaanbod in samenhang te presenteren langs (inter)nationaal aansprekende thema’s. Daarom is door de Brabantse partners in 2014 een gezamenlijke strategie ontwikkeld met focus op de shortbreakmarkt. Als vliegwiel om deze strategie meerjarig met alle partijen in Brabant uit te rollen is de marketingorganisatie VisitBrabant opgericht. Als instrument ter ondersteuning hiervan bereiden Midpoint Brabant, VisitBrabant en de provincie een fonds voor. Zo komt er extra kapitaalverstrekking voor innovaties in de vrijetijdseconomie, met name ook gericht op crossovers met andere sectoren.

Er liggen dus nog veel kansen in de sector. Er is een tekort aan een financieel instrument om bedrijven de mogelijkheid te geven meer te innoveren (financiering via banken blijkt in deze sector moeilijk of niet te verkrijgen). Innovatie ontstaat niet alleen door ondernemers in de vrijetijdssector zelf. Innovatie ontstaat mede door crossovers met andere sectoren. De focus zou volgens de ondernemers moeten liggen op het stimuleren van samenwerking. De sector is gebaat bij cocreatie en experimenteerruimte, bijvoorbeeld via crossovers met de hightech sector.

Ruimte voor werklocaties
Om onze ambities mogelijk te maken (en om onze topsectoren en topclusters te stimuleren en te faciliteren) zijn fysieke brandpunten als broedplaats voor innovatie een voorwaarde voor economisch succes van Brabant. Maar bij innovatie gaat het lang niet alleen meer om het huisvesten van bedrijven of het realiseren van broedplaatsen. Het gaat namelijk ook om ketenbenadering en cultuurverandering, van supply chains naar supply networks. Bedrijven of bedrijventerreinen zijn niet langer concurrerend, maar regio’s en ketens van samenwerkende bedrijven. Samenhangende bedrijvigheid is belangrijk om tot versnelling van innovatie te komen.

Bedrijven en werklocaties moeten niet langer concurrerend zijn. De provincie ziet in dat regio’s en ketens van samenwerkende bedrijven complementair aan elkaar moeten zijn. Om tot versnelling van innovatie te komen, is het voor de provincie van belang om de ketens van samenwerkende bedrijven optimaal te faciliteren. Hiervoor is letterlijk en figuurlijk ruimte nodig.

Brabant de grens over
Vanwege het belang van de export en het innovatieve karakter van het Brabantse bedrijfsleven is internationalisering de sleutel voor verdere groei van de economie. Om de internationale concurrentiepositie in de industrie te versterken, werkt de provincie samen met relevante regio’s in Europa. Doel is om van elkaar te leren en samen bedrijvigheid te ontwikkelen.

De samenwerking met de buurlanden wordt geïntensiveerd. Voor het Brabantse MKB zijn Duitsland en Vlaanderen namelijk in toenemende mate van belang als het gaat om export, kennisuitwisseling en werken over de grens. De bestuurlijke contacten met deze landen worden ingezet om in Triple Helix verband verdere partnerschappen te ontwikkelen. De provincie geeft daarnaast een extra impuls aan de internationaliserings- en brandingstrategie. Zo kan onder andere het internationale vestigingsklimaat van Brabant worden versterkt. De BOM zal hiertoe de internationale netwerken met het Brabantse bedrijfsleven verder uitbouwen.

De internationale strategie van Brabant werpt nu al vruchten af. Zo vestigden in 2015 het hoofdkantoor van Shimano, de Japanse producent van fietscomponenten, en het Europese logistieke centrum van de telecomgigant Huawei zich in Brabant. De vestiging van buitenlandse bedrijven in Brabant leverde in 2015 ongeveer 1.750 banen op.

Financiering

Bedrijven kunnen alleen groeien en innoveren als ze kunnen beschikken over voldoende financieringsbronnen. In de vorige periode heeft de provincie hiervoor geïnvesteerd in diverse fondsen, waaronder een innovatiefonds Brabant, dat door de BOM wordt uitgevoerd. Met de middelen uit het fonds ondersteunt de BOM bedrijven en cross sectorale bedrijvenclusters die met hun innovaties bijdragen aan technologische groei. Deze bedrijven formuleren ook antwoorden op actuele maatschappelijke vraagstukken. In sommige gevallen is deze strategie bijzonder succesvol. Zo was de BOM een van de vroege investeerders in Acerta op Pivot Park in Oss. Dit bedrijf ontwikkelt een medicijn tegen kanker. Inmiddels heeft Astra Zeneca een belang van 55% genomen in Acerta voor een bedrag van rond de $ 4 mld. Het voorbeeld geeft ook aan dat de door de provincie geïnvesteerde middelen bij de BOM daadwerkelijk kunnen revolveren.

Ook voor de komende periode is het doel van ons beleid dat het Brabantse MKB succesvol nieuwe producten en diensten op de markt brengt. Dit moet leiden tot gezonde bedrijven en structurele werkgelegenheid. Om het MKB te ondersteunen bij de ontwikkeling van die producten, zijn er verschillende financieringsbronnen.

Daarnaast zijn er ook nog mogelijkheden binnen Horizon2020. Daar zien we echter dat het aantal goede projecten de capaciteit van Horizon2020 vele malen overstijgt. Zodoende worden uitstekende projecten afgewezen als gevolg van een volumeprobleem. Deze projecten ontvangen het keurmerk ‘Seal of Excellence’. Het gaat hierbij om technologieën met grote economische potentie en hoge kwaliteit. We onderzoeken of we een pilot op kunnen zetten om die veronderstelling te toetsen en om te verkennen welke mogelijkheden er zijn om projecten met het Seal of Excellence alsnog doorgang te laten vinden. Hierbij willen we samenwerken met Limburg en Zeeland, omdat aparte regelingen en tenders voor Brabant de eenvoud en transparantie voor het MKB niet vergroten. Ook wordt gezocht naar samenwerking met EZ in het kader van de Samenwerkingsagenda, ook omdat daar mogelijk extra medefinanciering kan worden gevonden.

Gerichte inzet op maatschappelijke uitdagingen

Om scherper te sturen op het oplossen van specifieke problemen of op maatschappelijk effect kan aanvullend beleid worden ingezet. Een van de middelen is de SBIR aanpak (‘Small Business Innovation Research’). Dit is een bestaand landelijk instrument, dat via een selectiemechanisme oplossingen genereert. Het start met de vraag om een groot aantal ideeën voor de oplossing van een specifiek probleem; op basis van beoordelingen wordt een steeds kleinere groep in staat gesteld stappen te zetten in de verdere ontwikkeling van hun idee en product. Uiteindelijk wordt in principe één partij ondersteund bij de uitontwikkeling ervan. Voor een dergelijk traject wordt een bedrag van één miljoen euro beschikbaar gesteld.

Om voldoende ervaring op te doen of deze aanpak meerwaarde oplevert, willen we minstens tien trajecten uitvoeren. De helft van het benodigde budget hiervoor zou van derden zou moeten komen, de andere helft, dus € 5 miljoen, van de provincie Brabant.

Een fonds voor revolverende bijdragen aan ‘shared facilities’

Met shared facilities worden alle (fysieke) faciliteiten bedoeld, die door een grotere groep bedrijven (en soms kennisinstellingen) kunnen worden gebruikt in het innovatieproces. Dat kan variëren van apparatuur die vooral op onderzoek is gericht tot proeftuinen voor markttesten. Over het algemeen is de insteek dat een faciliteit bij een bepaalde bezettingsgraad (bijvoorbeeld 80%) en een daarvan afgeleid uurtarief, kostendekkend zou moeten kunnen draaien. Om het risico van de investeerder af te dekken kan overheidssteun nodig zijn, bijvoorbeeld via kredieten, eventueel in combinatie met subsidie.