Zij zijn ook verantwoordelijk voor de integratie van vergunninghouders in hun gemeente én voor de communicatie met omwonenden en samenleving in het algemeen.

Bestuursakkoord en taakstelling

Het Rijk, de gemeenten en het IPO hebben in november 2015 het bestuursakkoord verhoogde asielinstroom afgesloten. Daarin hebben de gemeenten zich gecommitteerd aan een taakstelling. Op verzoek van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) vervult de Commissaris van de Koning, als Rijksorgaan, in samenspraak met de voorzitters van de drie Brabantse veiligheidsregio’s, een bemiddelende rol in het realiseren van extra (nood)opvang voor asielzoekers in onze provincie. De Commissaris van de Koning heeft hiertoe een Brabantse regietafel ingesteld.

De taakstelling van het Rijk houdt in dat Brabantse gemeenten in 2016 14.000 opvangplekken in Brabant moeten realiseren. Medio 2016 zijn daarvan naar verwachting 6.800 plaatsen gerealiseerd. Dat betekent dat Brabant nog een opgave heeft van 7.200 plaatsen voor de rest van het jaar. . Bij de opvang van in het totaal 14.000 mensen gaat het voor 70% om langdurige opvang (twee tot vijf jaar) en voor 30% om kortdurende opvang (een tot twee jaar). Het gaat in het totaal om 9800 opvangplaatsen in een AZC en 4200 opvangplaatsen in de noodopvang.

Begin maart 2016 trekken de Brabantse burgemeesters met de Commissaris van de Koning de conclusie dat -ondanks de inzet van veel gemeenten- met de huidige werkwijze, de taakstelling van het Rijk niet wordt gehaald en dat een gezamenlijke Brabantse aanpak nodig is.

Brabantse aanpak vluchtelingen

De Brabantse gemeenten hebben daarom op 30 maart 2016 per brief een taakstelling gekregen voor de opvang van asielzoekers, naar rato van het bevolkingsaantal. Daarbij is rekening gehouden met gemeenten die nu al een grote inspanning verrichten bij de opvang van vluchtelingen. Bij het realiseren van een AZC of noodopvang geldt een ondergrens van het COA van 300 plaatsen of 200 plaatsen wanneer er sprake is van een satellietopvang in de nabijheid van een bestaand AZC.

De meeste gemeenten in Brabant hebben een taakstelling die zo laag is dat er geen AZC of noodopvang gerealiseerd kan worden. Het is de bedoeling dat de gemeenten in (sub)regionaal verband plannen maken. Zij kunnen daarbij ook de huisvesting van de toegelaten vluchtelingen, de vergunninghouders betrekken evenals de gemeentelijk taken op het gebied van bevordering van integratie, onderwijs, arbeid en draagvlak. De indeling van de subregio’s sluit zoveel mogelijk aan bij de bestaande samenwerkingsverbanden op het gebied van ruimte en wonen. In iedere regio is een coördinerend burgemeester aangewezen. De commissaris van de Koning heeft de voorzitters van de veiligheidsregio’s aangewezen als eindverantwoordelijke voor de realisering van de opgave in hun regio. De provincie heeft een team samengesteld dat de subregio’s ondersteunt.

Bekijk de (sub)regio's op de kaart.

Zie ook