Deze longread was het discussiestuk waarmee de provincie input verzamelde voor dit uitvoeringsprogramma. Brabant werd uitgenodigd om mee te doen en deze uitnodiging geldt uiteraard nog steeds: Denk en doet u mee?

Brabantse samenleving 2050

In de Brabantse samenleving van 2050 zijn er geen fossiele brandstoffen meer. We hebben alleen duurzame energie; zonne- en windenergie, aardwarmte en biobrandstof. Het is een samenleving waarin afval niet meer bestaat, maar gebruikte goederen de basis zijn voor nieuwe producten. En aardolie een woord is uit lang vervlogen tijden. Ook de manier waarop wij wonen, is in 2050 drastisch veranderd. Woningen, kantoren en fabrieken kunnen hun eigen (duurzame) energie opwekken. En gebouwen zijn zo goed geïsoleerd dat we ze kunnen verwarmen met een theelichtje. Energieneutraal is voor elke plek in Brabant de norm en niet de uitzondering. Op de weg rijden alleen nog maar 100% schone voertuigen. We verplaatsen ons met een (elektrische) fiets of dito auto. En in de steden brengt gerobotiseerd vervoer iedereen van A naar B. Door slimme communicatietechnologieën tussen voertuigen onderling en met de weg, bestaan files bovendien alleen nog maar in ons geheugen, als een gedachte aan vroeger.

Infographic Brabant in 2050 Tussenstap 2020

Een mooie toekomstdroom, waarin prettig wonen en werken de kracht is van Brabant. Maar we hebben nog een lange weg te gaan. Van ons huidige energiegebruik is 7,2 % duurzaam. Willen we ons ideaal van een energieneutrale samenleving in 2050 bereiken, dan moeten we een duurzaam energiegebruik van minstens 14% in 2020 realiseren. Een combinatie van besparing en opwekking moet hiervoor zorgen.

Versnelling

Met de huidige energieagenda en het Brabantse Energieakkoord is in Brabant al een stevige basis neergezet. Maar het gaat niet hard genoeg. We moeten als samenleving versnellen om de doelstelling van 2020 te halen en op koers te blijven voor 2050. Niet alleen omdat dit een mooie toekomstdroom is, maar ook omdat we niet anders kunnen. De voorraad fossiele brandstoffen is eindig en het gebruik ervan is schadelijk voor het milieu en de gezondheid. De energievoorziening is daarnaast maatschappelijk te belangrijk om afhankelijk te zijn van instabiele staten. Daarnaast ziet de provincie duurzame energie als één van de pijlers van de economie van morgen. Doel daarbij is om het aantal banen in de sector van 3.500 naar 15-25.000 te brengen.

Daarom pakken wij als provincie de regie en zetten alles op alles om onze toekomstdroom te realiseren. We doen dit door:
- in te zetten op duurzame energie èn energiebesparing;
- het aanjagen van technische en sociale innovatie èn uitrol daarvan;
- ons te focussen op overheden, bedrijven èn energieke burgers.

En er zijn impactvolle veranderingen nodig. Ware gamechangers die de samenleving op zijn kop zetten en zorgen dat de energietransitie in een stroomversnelling komt. We sturen aan op deze doorbraken vanwege de enorme potentie. Philips berekende bijvoorbeeld dat 98% van de energie die we gebruiken niet nodig is. Wat is uw idee voor een impactvolle verandering?

Als Brabantse samenleving staan we voor een grote uitdaging, maar samen kunnen we dit. Brabant heeft een energieke samenleving. Innovatie en grootschalige uitrol zit in ons DNA. Wij als provincie geloven erin! Maar we kunnen dit niet zonder onze energieke Brabantse inwoners. We hebben ideeën en initiatieven vanuit de samenleving nodig om in een versnelling te komen. Daarom organiseerden we in november en december 2015 een Energy Dinner en vijf Energy Cafés waarvoor we Brabantse burgers en ondernemers uitnodigden. Alle bijeenkomsten werden goed bezocht en er ontstonden geanimeerde discussies. Discussies die leidden tot nieuwe ideeën en inzichten, waar wij als provincie mee aan de slag gaan. Daarom verdienen ze een plek in deze longread. Iets wat bijvoorbeeld nadrukkelijk terugkwam is de rol van de energieke samenleving. Sociale innovaties moeten ervoor zorgen dat Brabanders echt onderdeel zijn van de transitie. We nodigen iedereen daarom nog steeds van harte uit om te reageren. Want nieuwe ideeën en initiatieven hebben de ruimte nodig om verder tot ontwikkeling te komen. Die ruimte willen wij als provincie graag bieden. Maar vooral willen wij de dialoog op gang houden tussen ons als provincie en u, als vrijwillig of professioneel betrokken Brabander, jong of oud. Daarom: laat u horen! Want met uw inbreng komen we verder.

Versnellen vanuit een stevig fundament

Dankzij deze energieke samenleving en de drive om te innoveren en uitrol te realiseren, heeft de provincie al een stevig fundament neergezet. Dat begon in 2010 met het aanjagen van innovatie van zonne-energie, elektrisch rijden en de biobased economy.

Zonne-energie

We investeerden in de oprichting van Solliance: het onderzoeks- en ontwikkellaboratorium voor dunne film zonneceltechnologie op de hightech campus in Eindhoven. Door de internationale samenwerking van TNO, het Holst Centrum, TU Delft, IMEC (Vlaanderen) en Forschungszentrum Jülich (Nordrhein- Westfalen) is dit een instituut van wereldformaat. Het centrum ontwikkelt machines voor de productie van zonnecellen. Voor de (regionale) industrie levert dit extra banen op. Door deze ontwikkelingen is Eindhoven een aantrekkelijke locatie voor andere partijen. Zo kwam het FOM DIFFER instituut, dat onderzoek doet naar kernfusie en solar fuels. Deze (regionale) werkgelegenheidsgroei draagt zeker bij aan de groei van het aantal banen op landelijk niveau in de zonne-energiesector. Zo blijkt uit het Nationaal Solar Trendrapport dat het aantal voltijdbanen in deze sector in 2014 is gegroeid met 33% tot ruim 9.000 en dat de sector een omzetgroei realiseerde van 30% tot €2,4 miljard.

Elektrische auto

Meer zichtbaar is de elektrische auto. Begin 2015 telde de provincie Noord-Brabant 1.143 volledig elektrische personenauto’s en 8.362 hybride personenauto’s. Daarnaast rijden er al kleine aantallen lichte en zware bedrijfsauto’s en bussen rond. De werkgelegenheid in elektrisch vervoer is tussen 2008 en 2013 ruim vervijfvoudigd naar 1.600 banen. De omzet, die onder meer met elektrische auto's is behaald, steeg in dezelfde periode van €60 naar €380 miljoen. In Brabant zijn de afgelopen jaren zestig projecten gestart om te werken aan slimme netten en meer elektrisch vervoer. De eerste solar family car is gemaakt door de TU/e. Fabrikant van elektrische auto’s Tesla heeft zich gevestigd in Tilburg. Ook rijden de eerste elektrische bussen door de provincie. Brabant mag zich terecht internationaal koploper noemen in de vroege markt van het elektrisch rijden. Zeker ook dankzij de slimme laadpunten die hier worden ontwikkeld en getest. Daar staan er al 600 van door de hele provincie.

Biobased economy

Voor de ontwikkeling van een biobased economy heeft Brabant een perfecte uitgangspositie. Onder andere door een grote agro- en chemische sector, een gunstige geografische ligging en een constructieve samenwerking tussen kennis- en onderwijsinstellingen, het bedrijfsleven en overheden. In Bergen op Zoom staat de Green Chemistry Campus, waar ondernemers, overheden en kennisinstellingen werken aan biobased producten. Een ander mooi voorbeeld is de Biobased Delta: een samenwerkingsverband tussen de provincies Brabant, Zeeland en Zuid-Holland, bedrijven en kennisinstellingen. Binnen de Biobased Delta lopen verschillende programma’s om grondstoffen te ontwikkelen voor de economie van morgen. Dit leidt al tot 5658 arbeidsplaatsen in 2015 die gerelateerd zijn aan biobased economy. Door al deze initiatieven en de groeiende werkgelegenheid op dit gebied, kunnen er biobased producten ontwikkeld worden met impact.

Overige initiatieven

Succes is er ook geboekt met slimme instrumenten als het Innovatiefonds, waarmee Brabant samen met particuliere investeerders, innovaties stimuleert in het MKB. En het Energiefonds voor ondernemers om grootschalige projecten te starten voor het verduurzamen van energie.

De Brabantse samenleving is een energieke samenleving. Als provincie willen we deze maatschappelijke kracht graag benutten en zien we veel kansen voor lokale initiatieven. Een mooi voorbeeld is het project Sociaal Levende Wind. Een initiatief waarbij lokale coöperatieve verengingen windmolens exploiteren samen met projectontwikkelaars en energiebedrijven.

De laatste bouwsteen van deze stevige basis vormt de internationale samenwerking met andere regio’s. Bijvoorbeeld het interreg project Geothermie met Vlaanderen en de internationale under2MOU, om wereldwijd CO2 uitstoot te beperken, die wij als provincie in oktober 2015 ondertekend hebben.

Het mag duidelijk zijn: op de weg naar een energieneutrale samenleving hebben we als provincie al grote stappen gezet. Maar het is niet genoeg, want zelfs met al deze maatregelen gaan we de veertien procent in 2020 niet halen. Laten we met elkaar de pas versnellen.

Kansen voor de toekomst

Gesprekken met partners en analyses van het energiegebruik en van opwekking leveren kansrijke versnellingspaden op. Deze sluiten aan bij de thema’s die in het Brabants Energie Akkoord zijn gedefinieerd én passen bij de manier waarop Brabant woont, zich vervoert, werkt en teelt. De provincie pakt hierbij de regie en toont de provinciale invulling van het Brabants Energieakkoord. Daarbij hoort actief partnerschap, internationale samenwerking en een goede communicatiestrategie. Doel is om alle 2,5 miljoen Brabanders te bereiken en minimaal 600 miljoen euro aan projectvolume via provinciaal instrumentarium te realiseren.



Grafiek energiegebruik per sector



De thema's waarmee de provincie versnelt zijn:

 

  1. Energie in de gebouwde omgeving
  2. Smart & Green mobility
  3. Energieneutrale industrie
  4. Energyfarming
  5. Energieke landschappen

Op deze manier willen we van de huidige 7,2% duurzame energie naar 14% duurzame energie in 2020 gaan. Daarbij zien we veel kansen in crossovers tussen de thema’s; mobiliteit die aansluit bij de energievoorziening in het huis of de (agrarisch) ondernemer die energie levert aan zijn buren in een woonwijk. Kansen die in Brabant niet onbenut blijven. Naast de ambitie van 14% duurzame energie, zet Brabant ook in op minder energiegebruik. In het Brabants Energieakkoord hebben we met bedrijven afgesproken per jaar 2% energie te besparen.

De provincie neemt hierbij verantwoordelijkheid en heeft in het recent gesloten bestuursakkoord Beweging in Brabant een budget van 28 miljoen euro voor energie vrijgemaakt. Dit wil de provincie tussen de twee eerdere provinciale investeringen positioneren. Er is geïnvesteerd in het creëren van de eerder beschreven basis en er staat geld klaar om de projecten grootschalig uit te laten rollen. Het nieuwe budget moet ervoor zorgen dat deze werelden bij elkaar komen; beschikbare oplossingen moeten hier grootschalig uitgerold worden. Versnelling op de volgende vijf thema’s gaat daarvoor zorgen.

1. Energie in de gebouwde omgeving Infographic Gebouwde omgeving

Brabant kiest voor een 100% energieneutrale woonomgeving in 2050. Om dit doel te bereiken, moeten we groots durven denken en doen. En dat durven wij als provincie. Want met de kleine stappen die de Brabantse samenleving tot nu toe heeft gezet, zoals het isoleren tot energiezuinigere labels, komen we er niet. Met het concept ‘Nul op de meter’ zetten we een grote stap; een grootschalige geïndustrialiseerde renovatie, waarbij de woning een extra isolerende schil aan de buitenkant krijgt. Met zonnepanelen, warmtepompen en slimme opslagsystemen (per huis of per blok) voorziet de woning in de eigen energiebehoefte. Het resultaat: een comfortabele woonomgeving met een energiegebruik dat op jaarbasis nul is. De eerste veertigduizend huizen tot en met 2020 gaan een besparing van 1% van het totale Brabantse energiegebruik opleveren.

Een baanbrekend concept. Vele partijen hebben een eerste stap gezet, maar voor een grootschalige uitrol is er een echte transitie in de bouwwereld nodig. Zo is industrialisatie een vereiste en is het rondkrijgen van de financiering nog een punt. Grootschalige uitrol betekent ook meer bekendheid geven aan het nul-op-de-meter concept. Wij zien mogelijkheden om hiervoor bijvoorbeeld samen te werken met lokale energiecoöperaties en het project ‘Buurkracht’ van Enexis. Zo kunnen leden hiervan optreden als ambassadeurs van nul-op-de-meter. Ook liggen er kansen door nul-op-de-meter een onderdeel te laten zijn van een complete wijkaanpak op fysiek én sociaal gebied. Het concept kan een fysieke plek krijgen in de wijk in de vorm van bijvoorbeeld een showroom. Waarbij het gelijk andere (potentiële) wijkbewoners kan inspireren tot het maken van energiezuinige en/of -neutrale keuzes binnen hun woning.

Het gesprek met de Brabantse samenleving heeft ons nieuwe inzichten opgeleverd in hoe wij het nul-op-de-meter concept kunnen uitvoeren. Ook zijn wij op de hoogte gebracht van andere concepten op het gebied van energieneutraal wonen. Het is mooi om te zien dat dit onderwerp leeft binnen de Brabantse samenleving.

Om het energieneutraal wonen meer tot ontwikkeling te laten komen, heeft de samenleving ruimte nodig om te experimenteren. Dat vergt van ons terughoudendheid en voldoende flexibiliteit in regels. Willen wij Brabant verder brengen binnen de energietransitie dan moeten wij ook bereid zijn kritische geluiden uit de samenleving te ontvangen. En hiermee daadwerkelijk iets te doen. Daarnaast kan de provincie ook een signaal aan de Rijksoverheid geven. Bijvoorbeeld over het voeren van consequent beleid.

Naast het werken aan de verduurzaming van Brabantse woningen, nemen we als provincie uiteraard ook de verantwoordelijkheid om naar het Brabantse overheidsvastgoed te kijken. Samen met de Brabantse gemeenten en de Brabantse Ontwikkelings Maatschapij (BOM) werken we aan de verduurzaming hiervan.

De weg naar energieneutraal wonen hebben we ingeslagen. Een weg vol uitdagingen. Laten we met elkaar de juiste oplossingen zoeken.

2. Smart en green mobility Infographic Smart & Green mobility

Bij een duurzaam Brabant hoort ook duurzaam vervoer. Hiermee verwacht de provincie een besparing van 1,5 procent te kunnen bewerkstelligen. Elektrische auto’s, bussen en vrachtwagens rijden er inmiddels. De laadinfrastructuur krijgt serieuze vormen en zero emissie busvervoer is in 2025 gerealiseerd. In Eindhoven gaan vanaf december al ruim 40 volledig elektrische bussen rijden. Hiermee is Eindhoven de eerste stad waar grootschalig zero emissie busvervoer wordt geïntroduceerd. Ook zijn er steeds meer kansen voor zero emissie transport, zeker in de steden. De focus op innovatie binnen het elektrisch rijden, begint duidelijk zijn vruchten af te werpen. Maar we moeten niet vergeten dat er ook andere manieren zijn om onszelf energieneutraal te vervoeren. Zo zien we mogelijkheden voor de elektrische fiets en het aanleggen van fietssnelwegen. Fietssnelwegen die bijvoorbeeld worden aangelegd tussen steden met een afstand van 25 kilometer, waardoor de fiets een aantrekkelijk alternatief wordt. Deze nieuwe mobiliteitsvormen vergen ook een goede samenwerking. De uitdaging is burgers te stimuleren om fiets, elektrische (deel)auto en de verschillende vormen van openbaar en groepsvervoer in een optimale mix te gaan gebruiken. Dat kan bijvoorbeeld ondersteund worden door een multimodale reisplanner. Met elkaar moeten wij ons afvragen hoe wij de omgeving zo inrichten, dat zij klaar is voor deze veranderingen.

Smart en green mobility betekent niet alleen innoveren op technisch, maar ook op sociaal gebied. Om de echte overstap te maken naar 100% elektrisch vervoer, moeten we als samenleving anders gaan denken over het bezit en gebruik van mobiliteit. Onze grote vraag is: Hoe kunnen we Brabant klaarstomen voor de transitie van bezit naar gebruik van mobiliteit? En hoe kunnen we de elektrische auto gebruiken als onlosmakelijk deel van het decentrale energiesysteem van de toekomst? Want als we ons allemaal op een Uber-achtige manier zouden verplaatsen, gebruiken we in één klap tot negentig procent minder energie. Deze Uberficatie is de richting die we in moeten slaan. Maar wel met het besef dat dit niet van de een op andere dag gaat. Zo blijken burgers argwanend te staan tegenover het delen van een auto met onbekenden. Maar het wordt al een stuk makkelijker als dit buren of kennissen zijn.

Kortom, de toekomstbeelden zijn er en de kansen om het woon-werkverkeer energieneutraal te maken, worden zeker gezien. Maar die worden alleen werkelijkheid als we die met elkaar concreet invullen. De komende periode is Brabant daarom een living lab voor veel bedrijven en onderzoeksinstellingen. Zo kijkt de provincie naar experimenten met BMW en StrijpS in een living lab met elektrische deelauto’s. Ook kijkt de provincie hoe het reizen meer comfortabel kan worden, door het aanleggen van snelle fietspaden en ‘slimme’ snelwegen. Wegen met software zodat auto’s op gepaste afstand van elkaar rijden, er meer auto’s op de weg passen en we toch niet in de file staan. Naast technische innovatie is het nu ook tijd voor sociale innovatie. Denkt u mee?

3. Energieneutrale industrie Infographic Energieneutrale industrie

Bij de Brabantse keuze voor een energieneutrale samenleving in 2050 hoort ook een energieneutrale industrie. Op dit moment is de industrie met 29% de grootste energiegebruiker. Gelukkig zien we dat steeds meer grootverbruikers bereid zijn zich in te zetten voor een groenere en meer besparende energievoorzienig. Kijk naar alle (grote) bedrijven die het klimaatakkoord van Parijs onderschrijven. Of neem Heineken die zichzelf tot doel heeft gesteld in 2020 de ‘groenste’ brouwer ter wereld te zijn. Voorbeelden die naar wij hopen ook anderen zullen inspireren stappen te zetten in het verduurzamen van hun energiegebruik.

Samen met bedrijven willen we als provincie kijken naar mogelijkheden om energie te besparen of duurzaam op te wekken. Innovatieve ideeën kunnen zo met elkaar opgepakt worden, waardoor deze op grotere schaal impact hebben.

Kijkend naar de industrie is vooral de vraag naar warmte groot. Als provincie zien we mogelijkheden voor een slimme inzet van restwarmte (stoom of warm water dat voor het ene bedrijf een te lage temperatuur heeft om in te zetten, maar voor een ander bedrijf nog voldoende warm is), het gebruik van geothermie en koude warmte opslag (KWO). Enkele bedrijven hebben de afgelopen jaren al flinke stappen gezet. Maar, zoals voor alle domeinen geldt, moeten we hier echt versnellen om op koers te blijven. Brabant gaat hierover in gesprek met het bedrijfsleven om over ambities en verantwoordelijkheden te praten. Samen maken we afspraken om de doelstellingen te bereiken.

En natuurlijk hebben wij als provincie ook een verantwoordelijkheid bij het verduurzamen van de industrie. Zo is het mogelijk om vanuit het Energiefonds projecten te financieren voor energiebesparing en geothermie, brengen we de kansen in kaart voor restwarmtebenutting en ondersteunen wij Esco’s (energy service companies) bij het omlaag brengen van de energiekosten bij bedrijven. Als provincie kunnen wij ook sturen op het vestigingsbeleid van bedrijven, waardoor de potentie van gebieden beter benut kan worden. Zo kan de opgewekte warmte van een glasbouwbedrijf ook gebruikt worden voor de naastgelegen woonwijk. Of kan een bedrijf duurzame warmte gebruiken in een gebied dat voorziet in geothermie.

Brabant wil een goed én duurzaam ondernemersklimaat, daar zetten we graag samen de schouders onder. Want in totaal is de industrie goed voor 6% duurzame energie en 8% energiebesparing.

Naast de energiebesparing ziet de provincie ook kansen voor het verduurzamen van de industrie door het gebruik van meer biobased bouwstenen en grondstoffen. De Biobased Delta is daar in Brabant de grote aanjager voor.

4. Energy farming Infographic Energyfarming

Brabant kiest voor een grote rol van agrarische bedrijven bij de opwekking van energie en het produceren van nieuwe grondstoffen.

Feit is dat duurzame energieopwekking een nieuwe of extra claim legt op bestaande ruimte. De landbouw is buiten het stedelijk gebied een van de grootste grondgebruikers. Een groot deel van de energieopgave realiseren we als provincie graag samen met agrarische bedrijven. We kennen agrariërs die een of meer windmolens op hun land hebben staan. Een andere mogelijkheid is bijvoorbeeld grootschalige zonneparken. We maken afspraken met agrariërs dat zij in ruil voor de mogelijkheid om zonnepanelen te plaatsen, overschakelen naar een meer duurzaam bedrijf.

Vraagstukken kunnen bij dit thema ook vaak gecombineerd worden. Is een agrariër van plan zijn asbestplaten op het dak te verwijderen, dan vormt dat bijvoorbeeld een mooie gelegenheid om zonnepanelen te plaatsen. Ook zijn er kansen voor het vastleggen van Co2 binnen de agrarische sector. Bijvoorbeeld via suikerbieten in biobased producten of door verhoging van het organisch stofgehalte in de bodem.

Om de opgewekte energie terug te leveren aan de directe omgeving, kan er worden samengewerkt met lokale energiecoöperaties. Dat biedt voor beide partijen de mogelijkheid om extra inkomsten te genereren. En deze samenwerking tussen agrariërs en lokale energiecoöperaties zorgt voor meer binding van het bedrijf met zijn omgeving. Deze binding kan ook versterkt worden als agrariërs meer lokaal gaan produceren. Voor de agrariër betekent dat een betere relatie met zijn omgeving en een forse bijdrage aan het minimaliseren van de energie-uitstoot.

Energy farming levert in sommige gevallen ook een bijdrage aan een aantrekkelijk en gevarieerd landschap. Bijvoorbeeld als er grienden of andere gebieden worden aangelegd om biomassa uit te winnen voor de energievoorziening van het eigen bedrijf.

Restproducten uit de landbouw zijn verder een mooie basis voor de biobased industrie. Deze producten zijn de basis voor de productie van nieuwe kunststoffen. Als alternatief voor aardolieproducten die nu de basis vormen voor allerlei plastics. Maar wellicht kunnen de natuurlijke processen die zich op het land afspelen ook energie opleveren. Daar ligt nog een uitdaging. De uitdaging om verder te durven kijken, naar wat deze natuurlijke processen ons op energiegebied nog meer kunnen opleveren. Denk bijvoorbeeld aan stroom uit wortels van gewassen.

De agrarische sector biedt genoeg aanknopingspunten om duurzame energie op te wekken. Maar om van innovatieve ideeën tot mainstream gedachtegoed te komen, hebben we partijen nodig die de eerste stap durven zetten. Living labs worden in Brabant aangemoedigd. Maar het vraagt ook om medewerking van de gehele keten. Van de netbeheerder die beseft dat de agrariër nu zijn eigen energie opwekt, tot de burger die de agrariër als energieleverancier kiest.

5. Energieke landschappen Infographic Energieke landschappen

De plaatsing van windmolens, zonneweides en andere duurzame energiebronnen gaat onverminderd door in de komende jaren. Brabant zet haar beste beentje voor om de doelen die tot 2020 zijn gesteld te realiseren. Een voorbeeld is de plaatsing van minimaal 160 windturbines in Brabant tot 2020. De opgave is echter zo groot dat inpassen in de bestaande omgeving op termijn niet meer kan.

Brabant zet de volgende stap en kiest ervoor om te werken aan nieuwe energielandschappen. Energie is een belangrijk thema bij het inrichten van Brabant. De provincie brengt in beeld welke duurzame energieopties voorhanden zijn en welk potentieel zij hebben in de toekomstige energievraag. Het gaat daarbij om wind- en zonne-energie, geothermie, mest- en biomassavergisting en biomassaverbranding. Het gebruik van energiebronnen als zonne-energie, windenergie en geothermie kan gezamenlijk tot vijf procent bijdragen aan de opgave die we hebben tot 2020.

Deze duurzame energieproductie en andere innovaties gaan meer en meer plaatsvinden in de leefomgeving van mensen. Een agrariër die energie aan zijn omgeving levert, ziet er immers anders uit dan een paar grote energieproducenten voor heel Brabant. En nieuwe mobiliteit zorgt voor een andere infrastructuur. Op lokaal en regionaal niveau kijkt de provincie samen met organisaties en overheden in die regio, naar mogelijkheden die passen in de karakteristieken van een gebied. De provincie vormt de spil in deze energienetwerken en neemt daar waar het kan de regie, om partijen bij elkaar te brengen. Daarbij willen wij als provincie vooral de gemeenten ruimte geven om te experimenteren en lokaal lef te tonen. En hen laten inzien dat door te investeren in energieke landschappen er op meerdere gebieden winst te behalen valt. Bijvoorbeeld op sociaal gebied door de versterkte verbinding tussen agrariër en burger. Maar ook op geografisch gebied door gebruik te maken van de unieke eigenschappen van een landschap. Belangrijk bij dit alles is dat de kansen die een omgeving biedt als uitgangspunten worden genomen.

Energie komt dichter bij de Brabander, zowel letterlijk als figuurlijk. Bijvoorbeeld door het eigenaarschap en exploiteren van duurzame energie. De opgave is om het nuttige en het aangename te combineren. Dat de Brabander zich thuis blijft voelen in een omgeving waar zijn of haar energie opgewekt wordt. U als Brabantse burger weet als geen ander wat daarvoor nodig is. Vertel het ons!